De gedenkramen in de officierscantine LBO

De eerste gedenkramen zijn indertijd (1960) aangebracht op initiatief van de VOA, die in 2008 haar 60e verjaardag heeft gevierd. Deze vereniging heeft niet voor niets in haar doelstelling staan: het bevorderen van een hechte kameraadschap onder de officieren van het Wapen der Artillerie, alsmede van een zinvolle handhaving van tradities van dat Wapen.

Als gevolg van de opdracht van de Wapentraditieraad der Artillerie aan de Commissie Gedenkramen en de medewerking van de Stichting Officierscantine ASK is wederom een aanvulling tot stand gekomen aan dit unieke eerbetoon voor onze omgekomen wapenbroeders.

Door samenwerking met de Stichting Officierscantine ASK zijn in de afgelopen jaren diverse aanvullingen op de gedenkramen in deze huiskamer van alle artillerieofficieren aangebracht. Onlangs is deze VIP-locatie van de Commandant Landstrijdkrachten mede dankzij de voorzitter van genoemde stichting, lkol art H. Jasperse, mede uit hoofde van zijn functie als C-ASK en als zodanig indertijd aangewezen door de BLS, aangepast aan de huidige normen zonder afbreuk te doen aan het unieke karakter van dit artilleristisch erfgoed.

Ik dank mijn medeleden van de Commissie Gedenkramen Officierscantine ASK (bgen art b.d. dr. B. Bouman, lkol ts b.d. J. Kooijman) voor hun bijdragen en adviezen. In het bijzonder geldt dat voor maj art b.d. G. Verburg voor zijn (al meer dan 30 jaar) niet te stuiten inzet en speurwerk om nieuwe wapenbroeders, die in aanmerking komen om in de gedenkramen te worden opgenomen, te ontdekken en te verifiëren.

Door tussenkomst van de Dienst Vastgoed Defensie is opdracht gegeven aan glazenier Sebastiaan Rietkerk werkzaam bij Glas-in-Lood Atelier Domstad te Utrecht om zes nieuwe gedenkramen te vervaardigen. Hierbij heeft hij zich laten inspireren door het lettertype, de kleuren en de vormgeving van de oorspronkelijke gedenkramen uit 1960. Het resultaat is zeer stijlvol en bewonderenswaardig.

Bij de onthulling van de nieuwe gedenkramen op 2 mei 2008 is de brochure “De Mannen achter de Namen” uitgegeven. Zonder bijdragen van de volgende medewerkers bij diverse archieven zou dit document niet tot stand zijn gekomen: dhr. J. Teeuwisse van de Oorlogsgravenstichting (OGS), mw. V. Schouteten van het Bureau Registratie en Informatie Ontslagen Personeel (BRIOP), dhr. G. de Kinkelder van het Nationaal Archief (NA), dhr. C.F. de Bruijn van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en dhr. M.W.J. Dingemans van de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP). Ook het Artilleriedocumentatie-centrum van het Nederlands Artillerie Museum is dankzij majoor b.d. Th.J.C. van Zuidam een buitengewone bron van informatie. Niet in de laatste plaats dank ik de medewerkers van het Bureau Reproductie OTCVust o.l.v. dhr. H.H. Wittink voor het vervaardigen van deze brochure.

’t Harde, april 2008

Namens de Commissie Gedenkramen Officierscantine ASK,
F.T. Dürst Britt
Luitenant-kolonel der artillerie b.d.


Nadere informatie

Een verzoek om nadere informatie en/of aanmeldingen van nieuwe gegevens of namen van omgekomen artilleristen na 1940 in Nederland, Nederlands-Indië of elders, kunt U richten tot:
Nederlands Artillerie Museum (NAM), t.a.v. majoor art b.d. G. Verburg,
Eperweg 149, 8084 HE ’t Harde. Telefoon 0525-657310, fax 657311
e-mail NAM.artillerie.museum@mindef.nl Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

De gebrandschilderde gedenkramen in de Officierscantine ASK

Ter nagedachtenis aan de gedurende de periode 1940 - 1950 gevallen officieren en aspirant-officieren van de Artillerie, zowel van de Koninklijke Landmacht als van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, zijn op initiatief van de Vereniging Officieren Artillerie (VOA) in de Officierscantine ASK de bovenramen vervangen door gebrand-schilderde ramen. Het gebrandschilderde raam boven de deur naar de eetzaal vermeldt de aangepaste wapenspreuk “Het Vaderlandt ghetrouwe bleef ick tot in den Doot”. Op de 13 overige gebrand-schilderde bovenramen zijn 163 namen van de omgekomen officieren en aspirant-officieren vermeld. De ramen zijn op 4 mei 1960 onthuld door de Inspecteur der Artillerie, generaal-majoor J.T. Winkel. De ramen zijn ontworpen door architect A.C. Kammeijer en gemaakt door glazenier A. Bogtmans.

De 1e aanvulling (op raam 3, 6, 12 en 13)

In mei 1961 volgde een aanvulling van 13 namen op bestaande bovenramen en in mei 1962 nog één naam. Met totaal 177 namen achtte de VOA en de commissie gedenkramen haar taak gereed.

De 2e aanvulling (4 ramen, nummer 14, 15, 17 en 18)

De onderste gebrandschilderde ramen in de buitenmuur zijn later aangeboden door de VOA. Hierop staan 51 namen van gevallenen vermeld. Het speurwerk werd verricht door majoor b.d. G. Verburg, die indertijd de opdracht had aanvaard van de Voorzitter Artillerieverzameling Oldebroek, luitenant-kolonel b.d. Y.J. van der Meer, om de namen te verzamelen van alle artilleristen die zijn omgekomen als direct gevolg van het oorlogsgeweld in de periode 1940-1950 en hen te registreren in het Ereboek. De ramen zijn op 16 november 1984 onthuld door de voorzitter van de VOA, brigade-generaal b.d. B. Bouman. Luitenant-kolonel b.d. ir. J. Kooijman heeft de ramen ontworpen en gemaakt.

De 3e aanvulling (één raam, nummer 16)

Op 2 mei 1986 volgde nog een benedenraam in de buitenmuur met 13 namen. Met totaal 241 namen dacht de tweede commissie gedenkramen zich van haar taak ontheven.

De 4e aanvulling (2 ramen, nummer 19 en 20)

De twee gebrandschilderde tussenramen in de buitenmuur aan de westzijde van “Old Dutch”, waarop nog eens 18 namen staan vermeld, zijn eveneens aangeboden door de Vereniging Officieren Artillerie t.g.v. hun 9e lustrum en in november 1993 onthuld door de voorzitter van de VOA, brigade-generaal b.d. J.P.M Brüning. Ook deze ramen zijn ontworpen en gemaakt door luitenant-kolonel b.d. ir. J. Kooijman.

De 5e aanvulling (2 ramen, nummer 21 en 22)

In 1998 werden als resultaat van voortdurend speurwerk wederom een tweetal gedenkramen, nu in de noordelijke buitenmuur van “Old Dutch” onthuld. Hierop staan 17 namen vermeld. De gedenkramen werden tijdens de viering van het 50-jarig bestaan van de Vereniging Officieren Artillerie op 12 november 1998 onthuld door de voorzitter van de VOA, brigade-generaal b.d. J. P.M. Brüning. Ook deze ramen zijn ontworpen en gemaakt door luitenant-kolonel b.d. ir. J. Kooijman.

Met totaal 276 namen dacht de derde commissie gedenkramen zich van haar taak ontheven. Tevens werd het niet meer reëel geacht nog een plek te vinden voor nieuwe gedenkramen in de Officierscantine en zouden in voorkomend geval nieuwe namen op een alternatieve manier worden aangebracht.

De 6e aanvulling (6 ramen, nummer 23 t/m 28)

In 2003 werd door majoor b.d. Verburg gewag gemaakt van het feit dat hij wederom een fors aantal namen had ontdekt. De VOA achtte het aanbrengen van nieuwe namen een zaak van de Wapentraditieraad Artillerie. In 2007 werd daar de beslissing genomen de namen aan te brengen gelijktijdig met een verbouwing van de Officierscantine. Inmiddels waren er door de commissie 76 namen geselecteerd die in een zestal nieuwe bovenramen in de eetzaal van het gebouw konden die worden aangebracht. De ramen zijn ontworpen en vervaardigd door glazenier Sebastiaan Rietkerk bij Glas-in-Lood Atelier Domstad te Utrecht. Op 2 mei 2008 werden de ramen onthuld door de Wapenoudste der Artillerie, generaal-majoor A.J.H. van Loon.

Met het totaal van 343 namen houdt de huidige commissie zich alsnog beschikbaar voor de toekomst. (Kort voor de onthulling van de laatste gedenkramen heeft majoor bd Verburg weer drie namen opgespoord en in 2009 nog een, waarmee nu het aantal op 347 namen is gebracht. Waarom zijn er meer dan 65 jaar na dato zoveel nieuwe namen?

Hiervoor zijn een aantal redenen aan te voeren. De mogelijkheden van automatisering en internet scheppen betere mogelijkheden om gegevens te ontdekken, te vergelijken en te verifiëren, dan het handmatige archiefwerk van vroeger. Enkele reeds verworpen namen zijn hertoetst aan de huidige criteria voor opname in de ramen en alsnog geselecteerd. Ook de niet-aflatende stroom aan boeken en slachtofferlijsten die over de periode in kwestie verschijnt (zoals b.v. het boek “Laatste Bericht” van Jack Kooistra) en het openen van archieven geeft nieuwe informatie of bevestigt vermoedens. De hulp en het beschikbaar stellen van bronnen zoals Naam- en Ranglijsten, slachtofferlijsten, etc. via het Artilleriedocumentatiecentrum in ‘t Harde, de OGS in Den Haag, het Nationaal Archief in Den Haag (militairen geboren vóór 1900) en bij het BRIOP in Kerkrade (militairen geboren vanaf 1900), de SAIP in Heerlen (militairen van het KNIL), het NIMH te Den Haag (militairen van de Koninklijke Marine) en het NIM te Roermond waren hierbij tot steun.

Is het nu echt afgelopen?

Deze vraag werd als volgt beantwoord door majoor b.d. Verburg.
"Ik denk het niet, gezien de toevalstreffers in verschil in schrijfwijze van achternaam, voorletters en een vergelijking van de Naam- en Ranglijsten van 1940 en 1950 met geboortedatum en registratienummer, doen mij vermoeden dat er gewoon nog meer zijn. Doch een groot aantal zoals met de laatste 67 namen verwacht ik niet meer. Ik houd het maar op de huidige manier van werken en blijf alert op nieuwe namen."

Zijn er na 1950 geen officieren meer die in aanmerking komen?

De gedenkramen beslaan grofweg de periode 1940 tot 1950, maar er zijn op de nieuwe ramen de namen van drie officieren aangebracht die in 1952, 1953 en 1967 zijn overleden met als directe aanleiding het oorlogsgeweld uit de “Indië-periode”. Na de genoemde periode zijn er gelukkig geen artillerieofficieren gesneuveld of omgekomen tijdens een operationele inzet. Toch wil ik in dit kader de volgende wapenbroeders noemen. In 1953 is kornet J. van der Schalk (Regiment Prins Frederik) om het leven gekomen tijdens inzet bij de Watersnoodramp.

In 1983 is majoor J.A. Schut (107 Afdva) ingedeeld bij UNIFIL, overleden tijdens een verlofreis. Zij zijn echter niet vermeld omdat hun omstandigheden niet voldoen aan de criteria die voor opname in de gedenkramen zijn gesteld. Dit wil echter niet zeggen dat zij worden vergeten; zij worden op een andere wijze herdacht. Bijvoorbeeld de naam van majoor Schut staat vermeld op het Monument voor Vredesmissies in Roermond en op het UNIFIL-monument op de Johannes Postkazerne te Havelte. Beiden staan op de Erelijst van Artilleristen die na 1950 zijn overleden in actieve dienst. In voorkomend geval wordt er dus gezocht naar een andere passende vermelding al of niet op een monument.

Ereboek Artillerie

Bij het Wapen der Artillerie bestaat een Ereboek Artillerie ter nagedachtenis aan de meer dan 2450 wapenbroeders (van kanonnier tot generaal) die:in de meidagen van 1940 zijn gesneuveld of aan hun verwondingen zijn bezweken;

  • gedurende de oorlogsjaren in het verzet of ten gevolge van oorlogs-handelingen in de ruimste zin van het woord het leven hebben verloren;
  • tussen 1945 en 1950 in het voormalig Nederlands-Indië het leven lieten of als (direct) gevolg daarvan zijn overleden.
  • na 1950 tot heden zijn omgekomen bij de uitoefening van de dienst (aan deze uitbreiding wordt gewerkt).

Dit Ereboek is aanwezig in het Nederlands Artillerie Museum in de Legerplaats bij Oldebroek. Op een opvallende plaats in het museum (paviljoen 3, periode Tweede Wereldoorlog) wordt het getoond. In het Ereboek zijn de namen van alle (ons bekende) gevallenen opgenomen en iedere dag wordt er een blad ter nagedachtenis aan hen omgeslagen. Zij allen mogen nimmer worden vergeten.

Jaarlijkse Herdenking

Ter gelegenheid van de jaarlijkse Nationale Dodenherdenking worden in ’t Harde op of omstreeks 4 mei bij het Artilleriemonument (onthuld in 1953) op de Legerplaats bij Oldebroek de gevallen wapenbroeders uit de periode 1940 – 1950 herdacht. Sinds 1988 worden daarbij ook de artilleristen herdacht, die bij de uitoefening van de dienst zijn omgekomen. De bijeenkomst begint met een ontvangst in de Officierscantine.

U bent ieder jaar bij deze ceremonie van harte welkom.