Geschiedenis van de VOA

Voorzitters Vereniging Officieren Artillerie

F.G. Dürst-Britt, bgen b.d. 12 november 1948 5 juni 1970
M.C. Schram de Jong, bgen b.d. 5 juni 1970 8 juni 1979
Drs. B. Bouman, bgen b.d. 8 juni 1979 23 mei 1986
J.P.M. Brüning, bgen b.d. 23 mei 1986 10 mei 2000
P.H.M. Messerschmidt, gmaj b.d. 10 mei 2000 14 mei 2009
A.M. Rosengarten, bgen b.d. 14 mei 2009 .................

GEDACHTEN

Van de directeur der Artillerie bij de oprichting van de V.O.A.

Bij het verschijnen van het eerste nummer van St. Barbara is het mij als Directeur der Artillerie een behoefte enkele gedachten weer te geven, die mij hebben getroffen toen ik van de oprichting van de V.O.A. kennis nam. Temidden van de chaotische verwarring, die de wereld van heden ten dage kenmerkt, dreigen banden, die eens hecht waren, los te laten en in stukken uit elkaar te vallen. Zo heeft het Wapen der Artillerie, machtiger dan ooit uit de tweede Wereldoorlog te voorschijn getreden, in Nederland een terugslag onder- vonden, zó hevig, dat niet slechts van een inkrimping, doch welhaast van een ineenschrompeling kan worden gesproken. Het is hier niet de plaats om over de oorzaken, welke daartoe hebben geleid, uit te wijden. Een van de gevolgen is echter dat vele artillerie-officieren bij het Wapen overcompleet zijn geraakt, bij andere wapens en dienstvakken zijn ondergebracht of werden gedemobiliseerd.

Maar het gedreun van het geschut en het springen der granaten heeft eenmaal iets fascinerends. Geen artillerie-officier, die zijn wapen afvalt! Geen artillerie-officier, die zijn eigen wapen niet als het mooiste wapen blijft beschouwen, hij moge ingedeeld zijn bij de Generale Staf, Koninklijke Marechaussee, Dienst van de Kwartiermeester-Generaal of waarbij ook, dan wel de militaire dienst hebben verlaten, zijn hart blijft warm kloppen voor de artillerie. Het is daarom wel een ongemeen luisterrijke gedachte geweest van de vorige Directeur der Artillerie, de Kolonel b.d. F. G. Dürst Britt, het initiatief te hebben genomen tot oprichting van een vereniging, alle artillerie-officieren omvattende, oud en jong, beroeps- en reserve, gepen- sioneerd en eervol ontslagen, teneinde de zoekgeraakte saamhorigheid wéér te vinden, oude traditiën te herstellen en de belangstelling in het wel en wee van het Wapen te doen herleven. Het is een verheugend verschijnsel, dat honderden en nog eens honderden artillerie-officieren en oud-artillerie-officieren waaronder velen die het wapen reeds een geruim aantal jaren geleden verlieten zich spontaan hij de eerste oproep als lid van de V.O.A. hebben aangemeld. Dit geeft moed en vertrouwen in de toekomst en zal vooral de jongere generatie schragen in de vaste wil om het Wapen der Artillerie die glans. te hergeven, waarop het krachtens zijn belangrijkheid en traditie steeds heeft kunnen bogen.J.F.M. STEENMETSER Kolonel der Artillerie

SINTE BARBARA - JANUARI 1949

Het verheugt ons zeer, dat wij reeds zo spoedig na de oprichting van de V.O.A., in de gelegenheid zijn het eerste nummer van ons orgaan te kunnen uitgeven. Wij danken dan ook gaarne allen, die ons met de tot-standkoming hiervan hun medewerking hebben verleend. Wij hopen, dat het orgaan in ruime mate haar steun zal verlenen, ter verwerkelijking van de doelstelling van de Vereniging t.w. het vernieuwenen versterken van de kameraadschappelijke banden tussen alle officieren en oud-officieren der artillerie. Zoals U bekend zal zijn uit de oprichtingsbrief van de V.O.A. van 25 November j.l. nr. 33 zullen in ons orgaan worden opgenomen: a. Verenigingsberichten b. Nieuws van het Wapen c. Personalia d. Artikelen Het orgaan zal voorlopig om de twee maanden worden uitgegeven. We verzoeken alle correspondentie betreffende het orgaan te zenden aan het Secretariaat van de V.O.A., Stadhouderslaan 116 te ‘s-Gravenhage.

Verenigingsberichten

Het Dagelijks Bestuur van de V.O.A. brengt hier gaarne een woord van hulde aan de Redactiecommissie en haar medewerkers voor de vlotte uitgifte van het eerste nummer van ons orgaan ,,St, Barbara”. Het wenst hen verder zeer veel succes toe, hoopt dat het orgaan geheel aan het haar gestelde doel zal beantwoorden en een lang en vruchtbaar leven beschoren zal zijn.

Mr. C. H. J. P. van Houten, res. kolonel tit. van de Rijdende Artillerie, Directeur van de Commercieele Bank N.V., Anna Paulownastr. 89 te ‘s-Gravenhage, heeft zich bereid verklaard het penningmeesterschap van de V.O.A. te aanvaarden en heeft op 17 December j.l. deze functie overgenomen van de 1e Secretaris de Majoor Schoonenberg, die tot die datum met de waarneming van deze functie was belast.

De leden worden uitgenodigd hun contributie over 1949 te voldoen door storting of overschrijving op gironummer 2371, ten name van de penningmeester Vereniging Officieren Artillerie (V.O.A.), Mr. C. H. J. F. van Houten, Anna Paulownastraat 89 te ‘s-Gravenhage.

De jaarlijkse contributie bedraagt gelijk reeds medegedeeld, ten minste f 2.50 en dient telken jare vóór 1 Februari overgemaakt te worden.

Voor de eerste maal wordt echter de gelegenheid tot betaling verlengd tot 15 Februari. Na deze datum zal over het verschuldigde per kwitantie, vermeerderd met incassokosten, gedisponeerd worden. Aangezien onze Vereniging eerst kort geleden opgericht werd en behoorlijk op gang moet komen, waardoor het treffen van bepaalde voorzieningen noodzakelijk is, zal tijdige betaling Uwerzijds zeer op prijs gesteld worden, mede om de vele werkzaamheden verbonden aan het afzonderlijk disponeren, te vermijden.

Wij vestigen er tevens de aandacht op, dat de minimum contributie laag is gehouden om ook aan de minder draagkrachtigen onder de artilleristen de mogelijkheid te bieden het lidmaatschap te aanvaarden. Het doel, dat wij ons gesteld hebben, zouden wij echter gaarne ten volle verwezenlijkt zien, weshalve wij ons veroorloven een beroep te doen op allen, die zich in staat achten hun bijdrage van de aanvang vrijwillig hoger te stellen. Wij menen, dat dit voor velen geen groot bezwaar behoeft te zijn en hopen dan ook, dat zij aan dit verzoek gehoor zullen willen geven. Een wat ruimere kas zal onze taak natuurlijk vergemakkelijken en wij danken bij voorbaat al degenen, die tot een dergelijke geste mochten besluiten, (Dit bericht werd reeds bij afzonderlijk schrijven ter kennis van de leden gebracht.)

De samenstelling van het Dagelijks Bestuur is thans als volgt:

Voorzitter: F.G. DÜrst-BRITT Kolonel ver Art. b,d,
Onder-voorzitter: J.F.M. STEENMETSER Kolonel der Art.
1e Secretaris: P.J.M. SCHOONENBERG Majoor der Art.
Penningmeester: mr. C.H.J.F. van HOUTEN res. Kolonel tit, Rijdende Artillerie
2e Secretaris: R. van der BEEK Kapitein der Art.
terwijl de Redactie-Commissie thans bestaat uit:
Voorzitter: Dr. J.W.WIJN Lt, Kolonel Luchtvaarttroepen
Leden: P.M. SCHOONENBERG Majoor der Artillerie
  R. v.d. BEEK Kapitein der Artillerie

NIEUWS VAN HET WAPEN

Verjaardagen Korpsen

Hieronder geven wij U een opsomming van de oprichtingsdata van de onderdelen en voormalige onderdelen van het Wapen der Artillerie. Voor eventuële aanvullingen en verbeteringen houden wij ons aanbevolen.Gaarne zien wij van de leden, behoord hebbende of nog behorende tot een van deze onderdelen, suggesties tegemoet betreffende het houden van bijeenkomsten e.d. ter viering van de verjaardagen van deze Korpsen (Inspectie, Directoraat).

Reeds ligt het in het voornemen het 101-jarig bestaan van 1 R.V.A. te vieren met een gezamenlijke maaltijd, vermoedelijk in Utrecht.

Directoraat Artillerie 1 jan 1947
1e Regiment Artillerie 1 mei 1848
2e Regiment Artillerie 1 mei 1876
3e Regiment Artillerie 1 april 1881
4e Regiment Artillerie 1 april 1881
5e Regiment Artillerie 1 mei 1884
6e Regiment Artillerie 1 mei 1876
7e Regiment Artillerie 1 april 1881
8e Regiment Artillerie 1 april 1881
9e regiment Artillerie 15 april 1946
1eRegiment Pantserdoelartillerie 15 april 1946
2eRegiment Pantserdoelartillerie 15 april 1946
3eRegiment Pantserdoelartillerie 15 april 1946
4eRegiment Pantserdoelartillerie 15 april 1946
1e Regiment Luchtdoelartillerie 26 mei 1922
2e Regiment Luchtdoelartillerie 15 juni 1938
3e Regiment Luchtdoelartillerie 15 april 1946
Artillerie Meet Regiment 1 december 1930
Artillerie Schietkamp 6 april 1878
Inspectie Artillerie 3 februari 1814
1e Artillerie Brigade 15 juni 1922
2e Artillerie Brigade 15 juni 1922
3e Artillerie Brigade 15 juni 1922
4e Artillerie Brigade 15 juni 1922
Brigade Luchtdoelartillerie 15 juni 1938
Korps Rijdende Artillerie 21 februari 1793
1e Regiment Vestingartillerie 18 januari 1814
2e Regiment Vestingartillerie 18 januari 1814
3e Regiment Vestingartillerie 31 maart 1815
4e Regiment Vestingartillerie 14 februari 1881
9e Regiment Motorartillerie 18 januari 1814
  (afstamming 2 R.O.A. en R.M.A.
10e Regiment Motorartillerie 15 december 1938
11e Regiment Motorartillerie 15 juni 1939
12e Regiment Motorartillerie 15 juni 1939
Regiment Kustartillerie 9 januari 1814
Korps Pantserfortartillerie 1 april 1893
Commissie van Proefneming 15 december 1866
Artillerie Paardendepôt 15 juni 1922
S.R.O.B.A. 1 oktober 1910
S.R.O.O.A 1 october 1912
Instructie Batterij 1 april 1881
Instructie Compagnie 11 mei 1862
Artillerie Inrichtingen 22 november 1679
Pontoniers en Torpedisten 1 januari 1822
(sinds 1927 behorende tot het wapen der Genie    

SINTE BARBARA-MAART 1949

VERENIGINGSNIEUWS

Het dagelijks bestuur heeft zich in een request tot H.M. de Koningin gewend en Haar verzocht de Koninklijke Goedkeuring voor de Sta- tuten van de V.O.A. te willen verlenen.

KORTE GESCHIEDENIS DER NEDERLANDSE RIJDENDE ARTILLERIE

Qui fait ce bruit et ce fracas. ) Ce feu, cette poussière, bis, Qui lance la foudre au combat, Reçoit la mort, ne se rend pas, C’est l’artillerie lêgère (bis). 3e couplet van het lied der Nederlandse Rijdende Artillerie.

L’artillerie légère — de Franse tijd!

150 jaren geleden heeft de Nederlandse Rijdende Artillerie deze gekend, zoals wij allen helaas ook de Duitse tijd gekend hebben. Moge het hierbij blijven! Reeds in 1759 ging Frederik de Groote in Pruisen tot bescherming van zijn cavalerie over tot de oprichting van Rijdende Artillerie, zich onderscheidende van de reeds bestaande, door het bereden zijn der kanonniers. Dit voorbeeld werd door de Oostenrijkers, Fransen, Hessen~ Hannoveranen, Wurtemburgers, Denen en Zweden gevolgd, waarop in 1793 de Republiek der Verenigde Nederlanden eveneens tot deze oprichting is overgegaan. Daartoe deed de Stadhouder, Prins Willem V, bij zijnen brief van den 9den Januari 1793, aan den Raad van State het voorstel.

In dien brief schreef hij: "En wijl thans de manier van oorlogen is veranderd, en dat meest alle mogendheden zich voorzien hebben van eene rijdende artillerie, zoo oordeel ik van eene onvermijdelijke noodzakelijkheid, dat zulks ook bij de armée van den Staat geschiede, en ik zoude daarom voorslaan, twee brigaden rijdende artillerie op te rigten.” Dat voorstel, dat behalve tot het oprichten van die twee brigaden, ook strekte tot vermeerdering van het wapen der artillerie, werd èn door den Raad van State, èn door de Staten-Generaal goedgekeurd; zoodat reeds bij de resolutie van H.H.M. van den 2lsten Februiari 1793 die vermeerdering werd bevolen.

De twee kompagnieën van de eerste brigade waarover het bevel werd opgedragen aan de Kapiteins B. D. baron van Verschuer en J. H. A. von Schmidt auf Altenstadt werden te Utrecht, en die van de tweede brigade, gesteld onder de bevelen van de Kapiteins A. van Hoey van Oostée en U. Huguenin, te ‘s-Gravenhage opgericht. Majoor-Bevelhebber tot 1795 was L. H. L. van Reenen, wiens portret in het Museum van de ,,Stichting Korps Rijdende Artillerie” tijdelijk ondergebracht in het Legermuseum te Leiden, nog aanwezig is. Eerste Chef van het Korps was van 10 October 1792—1795: Willem George Frederik, Prins van Oranje als Grootmeester der artillerie.

Reeds in de 18e eeuw kende men het woord ,,bezuinigen” en paste dit ook toe, waarvan meerdere organisatiewijzigingen (inkrimpingen) het gevolg waren. Volstaan wij met de vermelding dat bij de oprichting de totale sterkte bedroeg 468 paarden en 439 hoofden en dat de ,,paardenmeester op wachtmeestersgagie” in de staf van elke brigade f 390.— per jaar verdiende. Iedere Kompagnie bediende 4 kanons à 6; 2 kanons à 3 en 2 houwitzers à 24 pond ijzer. Wat de krijgsverrichtingen betreft geven onderstaande belangrijke feiten, op de slagvelden van bijna geheel Europa verricht, inderdaad de indruk dat Stadhouder Prins Willem V een gedegen voorstel heeft gedaan en Hunne Hoog Mogenden een wijs besluit hebben genomen.

Bij de verdediging van het Vaderland tegen invallende Fransen

1794—26 Juni: De Nederlandse Rijdende Artillerie neemt deel aan de slag bij Fleurus. 24 December: De Luitenant Baron van Deelen slaagt erin door een welgericht kartetsvuur met zijn sectie de overmachtige Fransen tegen te houden, waardoor de Hollandse troepen zonder verliezen - op Zevenbergen kunnen terugtrekken.

Bij de inval der Russen en Engelsen in Noord-Holland

1799—19 September: De Luitenant Straube verdedigt met 2 stukken Rijdende Artillerie de brug bij Schoorldam tegen de Russen en wordt hierbij zwaar gewond. 6 October: De Kapitein Cordes attaqueert met 16 kanonniers van zijn sectie en 40 Cavaleristen het dorp Akersloot en verjaagt hieruit de Engelsen.

Bij de veldtocht aan den Rijn in samenwerking met de Fransen tegen de Pruisen

1800—24 November: De Kapitein Cordes onderscheidt zich met zijn batterij in den slag bij Burg-Eberach.

Bij de veldtocht aan den Donau in samenwerking met de Fransen tegen de Oostenrijkers

1805—16 December: 2 Houwitsers der Rijdende Artillerie onder commando van Luitenant Bijleveld nemen deel aan het beleg van Ulm. in samenwerking met de Fransen tegen de Russen, Pruisen en Oostenrijkers 1807—14 Juni: De Hollandse Compagnie Rijdende Artillerie No. 1 onder commando van Kapitein van Brienen van Oosterom neemt deel aan den slag bij Friedland, De 2e Luitenant Carel Frederik Krahmer de Bichin wordt voor zijn dapper gedrag tot Ridder in het Legioen van Eer benoemd,

In de veldtocht in Spanje tegen de Engelsen en Spanjaarden (ingedeeld bij het Franse leger)

1808—20 September: De Hollandse Rijdende Artillerie, welke gaat deelnemen aan de Veldtocht in Spanje, defileert te St.-Denis voor Keizer Napoleon. 1809—28 Juli: De Hollandse Rijdende Artillerie neemt deel aan denslag bij Talavera de la Reijna, tegen de Engelsen, Spanjaarden en Portugezen onder Wellington. De Kapitein Hendrik Rudolph Trip, hoewel zwaar aan het hoofd gewond, blijft het commando over zijn batterij voeren, 11 Augustus: Slag bij Almonacid, waar de Hollandse Rijdende Artillerie zich onderscheidt door hun ,,bedaardheid” en hun ,,wel aangebrachte” schoten.

19 November: De Hollandse Rijdende Artillerie onder commando vanKapitein Paets onderscheidt zich bij Ocana door de Spaanse Artillerie tot zwijgen te brengen.

In de veldtocht in Zweeds-Pommeren tegen Zweden en Pruisen

1809—31 Mei: De Hollandse Rijdende Artillerie neemt deel aan de bestorming van Stralsund. Bij de inval der Engelsen in Zeeland.

1809—3 Augustus: De Hollandse Rijdende Artillerie trekt bij Woensdrecht over de Schelde onder commando van den Luitenant Liszt en bestookt daarna Engelse oorlogsschepen.

Gedurende de tocht naar Rusland ingedeeld bij de Franse legers

1812—7 Augustus: Slag bij Borodino, waar de Hollandse Rijdende Artillerie zich onderscheiden heeft en zeer zware verliezen leed. 7 September: De Hollandse Rijdende Artillerie onderscheidt zich in den slag aan de Moskowa, waar Napoleon de Russen terugdringt. Kapitein Hogerwaard sneuvelt bij het van stelling veranderen. 14 September: Napoleon trekt met verschillende troependeelen, waaronder de Hollandse Rijdende Artillerie, Moskou binnen. 8 November: Slag bij Smolensko, waar Napoleon moet terugtrekken. Een Compagnie Hollandse Rijdende Artillerie wordt door de kozakken totaal vernietigd. De Kapitein Caraman (opvolger van de Kapitein Hogerwaard), de fourier Herments en 3 man ontkomen.

26 November: Het overschot der Hollandse Rijdende Artillerie trekt onder commando van den 1en Luitenant de la Sarraz over de Berezina en vangt den terugtocht naar het Vaderland aan. De opperwachtmeester Augustijns en de wachtmeesters de Bruin en Arends zijn de eenigen, die in het vaderland terugkeeren,

Bij den terugtocht van Napoleon uit Rusland

1813—26 Augustus: Slag bij de Katzbach. De batterij van den Luitenant Ramaer houdt stand, niettegenstaande de herhaalde charges, die er op gereden worden. Bij het ingrijpen der verbonden legers tegen Napoleon bij diens terugkeer in Frankrijk van Elba. 1815—15 Juni: De Batterij Rijdende Artillerie van Kapitein A. Bijleveld onderscheidt zich door zijn koelbloedig optreden bij Frasnes, Zuid van Quatre-Bras, waar de Franse lanciers met kartetsvuur zware verliezen worden toegebracht, waardoor de Nassause Infanterie de terugtocht kan aanvangen. 16 Juni: Kapitein Gey van Pittius leidt bij Quatre-Bras zijn kanonniers als cavaleristen ten aanval en ontneemt den Fransen de door hen veroverde Nederlandse vuurmonden.

18 Juni: Slag bij Waterloo, waar de Kapitein Krahmer de Bichin zijn Rijdende batterij onder een hagel van projectielen in galop in stelling brengt en door een hevig vuur een Engelse batterij voor vernietiging weet te behoeden. Daarna brengt Krahmers’ batterij de Garde van Napoleon door kartetsvuur tot staan, Maarschalk Ney chargeert met 4000 ruiters op 4 Engelse batterijen en de Nederlandse batterijen van Gey en Petter, welke tot het laatst stand houden en met behulp van de Infanterie den aanval afslaan. 26 Juni: De le Luitenant Reintjes schiet met 2 stukken van de batterij van den Majoor Petter de brug van de vesting Peronne open, laat onmiddellijk opstijgen en neemt de voorstad in, waarna de vesting zich overgeeft

Gedurende de opstand der Belgen

1830—23 September: De sectie Sodenkamp van de Rijdende Batterij No2 schiet de Schaarbeekse poort in elkaar, zodat de Nederlandse troepen Brussel kunnen binnentrekken. Later komt deze sectie voor het paleis in stelling waar zij van alle kanten vuur ontvangt, doch stand houdt. Van de 18 man worden er 13 buiten gevecht gesteld. Met de 5 overigen zet de Luitenant Sodenkamp, hoewel door 8 kogels getroffen, het vuur voort totdat de munitie verschoten is. De Majoor Krahmer de Bichin helpt mee bedienen en sneuvelt met de wisscher in de hand. De Sectie van de Luitenant Voet komt bij de Namense poort in stelling en lijdt zware verliezen. Bij het van stelling veranderen roept de doodelijk getroffen kanonnier Krecht zijn makkers toe zich dapper te gedragen.

20 October: De Sectie van den 2en Luitenant R. F. de Bruijn slaagt erin door haar goed gericht vuur de Belgen bij den brug van Waellem terug te drijven. Bij 1 stuk worden 4 kanonniers gewond en 1 gedood. Het vuur hiervan zou zijn gestaakt, indien de Sectie-Commandant niet zelf aan de bediening had deelgenomen.

Gedurende den Tiendaagsen Veldtocht

1831—7 Augustus: De Sectie Rijdende Artillerie van Ie Luitenant J.Wicherlinck onderscheidt zich te Kermpt door onder hevig vuur des vijands kalm terug te trekken. De huzaren No. 6komen te hulp en ontzetten de Sectie. 8 Augustus: De Sectie Rijdende Artillerie van 2e Luitenant Jhr. W. P, J. Barnaert neemt deel aan de vervolging der Belgen bij Hasselt. 12 Augustus: De Belgen worden bij Leuven verslagen. De Rijdende Artillerie onderscheidt zich door haar goed gericht vuur.

Bij de Duitse overval op Nederland 1940

10-15 mei Ingedeeld bij de lichte Divisie (min de Regimenten Huzaren, het 2e Regiment Huzaren Motorrijders en de twee Eskadrons pantserwagens) neemt de Staf van het Korps met de twee Afdelingen 7 Veld (gemotoriseerd) deel aan de gevechten nabij Alblasserdam (I-K.R.A.) en op het eiland van Dordrecht en in deze stad (II-K.R.A.). Op het eiland van Dordrecht zowel als nabij Alblasserdam, in de meest ongunstige terreinen die men zich in ons land voor artillerie kan denken, ontving in het bijzonder de IIe Afdeling de luchtdoop, waardoor vooral materieële schade werd aangericht.

Bij het afslaan van een pantseraanval op het kruispunt Zeedijk-Schenkeldijk hebben zich de Bt.C. van 4-II-K.R.A., de toenmalige Reserve le Luitenant Jhr. Mr. H. L. van der Wijck en zijn gehele batterij door beleidvol optreden en moedig gedrag onderscheiden. Bij de verdediging van de Vriesebrug te Dordrecht heeft de Wachtmeester-stukscommandant Kruithof van 3-II-K.R.A. een Duitse vechtwagen onschadelijk gemaakt.In de publicaties van Sectie G 8 van het Hoofdkwartier van de Generale Staf uit het in bewerking zijnde Stafwerk wordt omtrent deze gevechtsepisode het volgende vermeld:

,,Plotseling verscheen een vechtwagen, instede van uit de Vrieseweg uit de Cornelis de Wittstraat komend, op het pleintje voor de brug en opende het vuur. Terwijl de projectielen hem om de oren gierden, bracht bovengenoemde Wachtmeester van K.R.A. snel de vuurmond in de richting en loste een schot, dat de vechtwagen in de koepel trof. Daarna liet hij weer laden, richtte op een tweede vechtwagen, die inmiddels het vuur reeds had geopend, en loste een tweede schot. Het viel niet vast te stellen of ook dit doel trof, daar de wolken zand, die de ontploffende projectielen in de opgebroken straat opwierpen, het uitzicht belemmerden.

Bovendien vatte de kleding van de Wachtmeester vlam en werd hij door een granaatscherf in het been gewond. Toen hij voor de derde maal deed laden, was het de No.2 onmogelijk het sluitstuk te openen. De aanzetter willende grijpen om te trachten hiermede het sluitstuk te openen, zag de Wachtmeester de No. 3 en 4 badend in hun bloed op de grond liggen, Een granaat had hen beiden gedood 1). Gelijktijdig klonk een hevige knal en werd het sluitstuk uit de vuurmond geslingerd. Later bleek de vuurmond recht in de loop te zijn getroffen. Kruipend wist de Wachtmeester een huis te bereiken vanwaar hij later naar een hospitaal werd vervoerd. De No. 2 ontkwam en meldde zich bij zijn Luitenant Batterijcommandant.”

Hoewel niet in de gelegenheid geweest zijnde tot het verrichten van belangrijke feiten, zij volledigheidshalve vermeld, dat van de overige door K.R.A. geformeerde onderdeelen, 5 K.R.A. (motorbatterij van 6 Veld gemotoriseerd) ingedeeld was bij de Peeldivisie; terwijl bij de regimenten Huzaren, die op de Veluwe de opdracht hadden de vijandelijke opmars te vertragen, ingedeeld waren de rijdende btn. van 6 Veld, na de reorganisatie op 1 Mei 1940 verenigd tot één batterij van 8 stukken. De 8 bij het korps ingedeelde pantserwagens, oorspronkelijk bestemd voor indeling bij het verlenen van militaire bijstand, waren bij gebrek aan betere, ingedeeld bij de vier Verkenningsafdelingen der Legerkorpsen.

Het Depôt K.R.A. was te Oegstgeest gevestigd en beleefde emotievolle dagen na de landingen van Duitse parachutisten bij het vliegveld Valkenburg. Ten slotte zij nog vermeld, dat zich op 10 Mei 1940 een sinds enkele dagen haastig geformeerde batterij van 8 Staal met Rijders te Delfzijl bevond. Wat de toekomst brengen zal voor de Nederlandse Artillerie valt niet te zeggen, doch indien een optreden ooit weer zal geschieden, dan moge dit bezield zijn van dezelfde geest die de Nederlandse Rijdende Artillerie van 1793 tot 1940 heeft gekend.

1) Uit latere gegevens is gebleken, dat de kanonnier G. Th. Burgers gesneuveld is. Het staat echter niet vast, of zijn kameraad (een nog onbekende treinsoldaat) het zelfde lot heeft getroffen.

Het onderstaande werd op 1 oktober 2011 ingestuurd door de heer A. Bohne, die onderzoek deed naar het veldartillerie regiment III-14RA. Zijn bevindingen zijn samengevoegd in een boek dat hij in mei 2010 uitgaf. De bijdrage luidt als volgt:

Uit onderzoekingen is gebleken, dat soldaat H. van den Akker van 3-III-14 RA na de gevechten te Dubbeldam met een motor, als duo passagier, op 13 mei 1940 naar de binnenstad van Dordrecht is vertrokken. Hij heeft zich aangesloten bij de bezetting in de Vriesestraat.

Hij zou zich als Artillerist gemeld hebben bij Luitenant J.P. Boots en daarna ingedeeld zijn bij de bediening van het Stuk 7 veld van Luitenant Oosten Kruithof.

Hij is diegene, die als onbekende artillerist gesneuveld is bij eerder genoemde vuurmond.